Nieuwsbrief
16e
jaargang, nummer 10, oktober 2009

Bericht van het land (Dirk&Rita,
interview door Eva op 21/10)
Deze week is het de beurt van Tineke en Tjeerd om
op vakantie te gaan. Het is herfstvakantie, de kinderen hebben ook vrij. En nou
passen Rita en ik hier op de boerderij voor een weekje. Vanmiddag hebben we
zitten brainstormen wat er te vertellen valt. Het wordt dit keer een
dubbelinterview. Mijn vorige interview eindigde met de mededeling dat we op
vakantie zouden gaan. Nu is het zomerseizoen afgelopen, dus we zijn met vakantie
geweest. Dat was alweer in september. Rita en ik zijn lekker een week naar
Mallorca naar het strand geweest om uit te rusten. Dat was ook wel nodig! Na een
halfjaar bijna aan één stuk door gewerkt te hebben was het fijn om even rust te
hebben. Rita is daarna nog een week langer in Spanje gebleven, bij vrienden.
En terwijl zij in Spanje zat, hebben wij hier het
oogstfeest gevierd, dus ik viel gelijk na mijn vakantie met mijn neus in de
boter. Dat was op zaterdag 3 oktober. Er waren iets van 20 volwassenen en ook
ongeveer zoveel kinderen. Het was hartstikke leuk. Iedereen was ontzettend
enthousiast, en het was supergezellig. De mensen hadden allemaal taarten
meegebracht en ter plekke is hier soep met broodjes gemaakt, dus het was ook nog
eens heel erg lekker. Ik had me erop verheugd om gezamenlijk alle groenten
binnen te halen, en we hebben in een middagje tijd de winterpeen, bieten,
pompoenen en rondini’s geoogst. Al die groenten van het oogstfeest hebben we in
kuubskisten gedaan. En inmiddels zijn die overgebracht naar de nieuwbouw,
vanwege de vorst van vorige week, vooral de pompoenen kunnen daar niet zo goed
tegen. De aardappels staan er ook. De nieuwe groenteloods was net zo ver klaar
dat dat kon, het dubbelglas zat er net in. Anders hadden we de kuubskisten
moeten afdekken met stro en dekens, want het alternatief zou zijn ze op de deel
te zetten. Maar 15 kuubskisten op de deel – dat gaat niet passen. Net de dag dat
het ging vriezen hadden de werkers de ruiten ingezet, dus dat kwam heel mooi
uit. Toen ben ik wel een hele middag met de trekker bezig geweest om de
kuubskisten in de groenteloods te krijgen.
Met de eerste vorst zijn de courgetteplanten en de bonen
bevroren. Daarvan hadden we vorige week maandag nog geoogst, maar dat is nu
definitief klaar. Eigenlijk wel erg jammer, de tomaten zijn ook al weg. De
zomergroenten zijn nu allemaal op. Dat de courgettes bevroren zijn is dus echt
de afsluiting van het zomerseizoen geweest. Vorst heeft ook voordelen. Het
onkruid knopkruid is ook bevroren, dus de bedjes met winterpostelein en prei die
ik dinsdag nog in mijn hoofd had om gewied te worden hoefden donderdag al niet
meer gewied te worden. Omdat het wiedwerk klaar is - het onkruid is bevroren of
het groeit veel langzamer -, is er minder werk voor vrijwilligers. Er zijn nog
wel andere soorten klussen zoals het erf opruimen en gras tussen de tegels uit
halen, maar werk op het land is er nu heel weinig. Wij vermaken ons nog steeds
wel, maar de druk is er een beetje af. In de zomer blijven soms urgente klussen
liggen, en nu kom je gewoon aan alles toe, en dat is wel heel fijn. Ik merk ook
dat ik ’s avonds meer energie heb om aan zelfstudie te doen, ik haal allerlei
landbouwboeken uit de kast.
De koeien zijn een paar weken geleden opgehaald door
Mindert, de boer van Overkempe. Dat scheelt ons een half uurtje per dag werk.
Het geeft rust dat je er niet steeds naar toe hoeft te lopen om te kijken of ze
tevreden zijn en genoeg water hebben. Maar heel veel werk is het ook weer niet.
Vandaag en vorige week woensdag is er zuurkool ingemaakt, daar wil Rita wel wat
over vertellen, want zij heeft meegedaan.
Rita: Woensdag is inmaakdag. We hebben
eerst een aantal woensdagen augurken en courgettes ingemaakt: de zomergroenten.
En het komt precies zo uit dat net nu we klaar zijn met de atjar, we moeten
beginnen aan de zuurkool. Dat kan niet tegelijkertijd, want dan loop je elkaar
in de weg, je hebt dezelfde machines nodig. Dat komt dus wel mooi uit. Het
zuurkool maken hebben we nu twee woensdagen gedaan. Daar gebruiken we witte
kolen voor, die zijn aangekocht. Ze komen uit de Flevopolder, want wij hebben
vanwege de bouw een iets simpeler teeltplan dit jaar. We telen wel andere kolen.
Vorig jaar hebben we zelfs zuurkool aangekocht en niet zelf gemaakt. Die was wat
fijner en zuurder, onze eigen zuurkool is grover en milder. Tineke vond het
gewoon leuk om weer zelf zuurkool te maken. Het hoort er een beetje bij om het
zelf te doen voor de winter. Bovendien was de zuurkool die we bij de groothandel
bestelden steeds zo wisselend van kwaliteit, vaak erg slecht houdbaar.
We werken in een groep van vier personen, een
fabrieksbandje creëren we dan, een lopende band. Twee mensen maken de kolen een
beetje schoon en snijden ze in grove stukken. De derde persoon doet de stukken
door een soort hakselaar, en wat daaruit komt gaat stukje bij beetje in grote
tonnen van zo’n 120-150 liter inhoud. Daarin komt steeds een laag
wittekoolsnippers, daaroverheen zout, jeneverbessen en peperkorrels. Na elke
laag wordt het flink aangestampt door iemand met schone laarzen aan, tot er
vocht op staat. Daarvan is de bedoeling dat er geen zuurstof meer in zit.
Langzamerhand komt die persoon steeds hoger te staan in de ton, tot de ton bijna
helemaal vol zit. Dan komen er koolbladeren op en een zware steen, zodat er druk
op blijft staan. Het mengsel gaat dan fermenteren. Het overtollige vocht kan er
via een overloop uit. Na minstens zes weken is er zuurkool ontstaan. Nu, na een
week, merken we al bij de eerste twee tonnen, die in de kas staan: het vocht dat
daaruit komt, ruikt al echt naar zuurkool. Per keer maken we twee tonnen, één
ton is genoeg voor een wekelijkse levering aan alle deelnemers. Ik schat dat we
nog twee of vier tonnen maken, dat worden dus zes tot acht leveringen van de
winter.
Vanmiddag hadden we taart bij de thee, want Mira-Belle
was vandaag voor het laatst. Zij werkte hier als vrijwilliger vanaf juni twee
dagdelen per week: dinsdagmorgen en woensdagmiddag. We hebben leuk met haar
samengewerkt, ze is heel vrolijk en enthousiast. Jammer dat ze weer weggaat.
Vorige week zijn we toegekomen aan het ruimen en
schoonmaken van de kas. Zoiets kan weken op je doelijstje staan, maar nu kwam
het ervan. Er komt algenaanslag op de kasramen door beregening en vocht. Met
water hebben we het er afgeschrobd, dat ging dit keer heel goed. Van het
voorjaar was het al een jaar niet gedaan, toen was het er moeilijker af te
krijgen. Wel fijn zo’n schone kas. Er komt nu meer licht binnen, dat kun je in
de winter goed gebruiken. Het is een heel bevredigend klusje: als je buiten
staat kun je nu weer dwars door de hele kas heen kijken.
De column van Tjeerd
Toptijd
Een zachte herfstmiddag met door dunne bewolking
gefilterd zonlicht. Mooi weer om even met Thijs aan de wandel te gaan. Als ik
over de door bomen omrande groenteakker loop, valt me meteen op hoe prachtig de
bladeren aan het verkleuren zijn in alle mogelijke tinten. Eind oktober.
Blijkbaar toptijd voor herfstkleuren. Kom op, naar buiten iedereen.
Als ik tussen de jonge beukenaanplant aan het eind van
het land doorloop, word ik verrast. Op de grond ligt een vogel. Ik denk eerst
aan een duif of een meeuw, maar als ik beter kijk zie ik een lange vrij smalle
snavel. Het kan niet anders dan dat het een reiger is. Roerloos, op zijn zij,
met een gave prachtige zilvergrijze verentooi en een oranjebruin oog. Er zwermen
wat vliegen omheen, zou hij al in ontbinding zijn? Als dat zo is onttrekt zich
dat aan mijn oog. Wat lijkt hij klein, in vergelijking met zoals ik hem vliegend
ken met zijn trage brede vleugelslag.
Ik loop verder, ga door het bos in de richting van het
spoor. Ik zie als ik aan de rand van het bos kom in de verte in de richting van
de Sallandsweg tussen al het geboomte een rij bomen die schitterend goudbruin
gekleurd is. Dichterbij komend blijkt het een dubbele rij beuken te zijn die
dwars over het land tussen het spoor en de Sallandsweg loopt. Het dichte
gebladerte met al zijn kleurnuances heeft voor mij iets van een wolk. Ik besef
dat al die kleurverschillen ook voor veel reliëf zorgen.
De zachte frisse zonnige atmosfeer doet me aan de lente
denken, misschien is het ook het feestelijke van de kleuren. Er is geen zuchtje
wind, ik hoor veel vogelgeluiden, alsof die ook uitbundig worden van dit weer.
Ik zie ver weg een boompje met een zilverige berkachtige stam en helemaal kaal.
Ik zou me zó kunnen voorstellen dat hij in de knop zit, klaar om uit te botten.
En ergens onderweg ruik ik ook een zoete geur, al kan ik de oorsprong ervan zo
gauw niet thuisbrengen.
Als ik in de richting van het dorp Diepenveen kijk zie
ik twee treurwilgen die nog grijsgroen zijn als in de zomer. Alleen aan de
randen lijken ze ietwat te vergelen. Ze vallen zo op door het contrast met de
bomen erachter die allemaal wél duidelijk herfstgetint zijn: veel goudbruin,
geel en rood.
Al wandelend maak ik ook een soort rekening op. Ik kom
bomen tegen, die nog weinig verkleurd zijn, waaronder ook beuken. En dan is er
vlak bij huis de populierenrij, op sommige plekken al kaal, op andere plekken
zijn laatste vergeelde bladeren dragend. Dit bestaat dus allemaal naast elkaar.
En ik zie bladeren van een esdoorn die elk drie kleurvlakken hebben, in het hart
van het blad het zomergroen, met daarnaast diep rood en aan de randen geel. Dit
bestaat dus allemaal naast elkaar.
En Thijs, hoe is het met Thijs? Die kijkt in zijn
wagentje tevreden om zich heen, net als zijn vader.
De nieuwbouw
(Tineke)
Vorige keer helemaal vergeten te vertellen, maar de
(donkerrode) kleur van het dak is akkoord en de dakplaten zijn dus ondertussen
besteld. He, he, een hele opluchting. Nadat iemand van de welstandscommissie
zelf was wezen kijken vielen de bezwaren weg en konden we verder. Nog net op
tijd, wat er zit nogal levertijd op die platen.
We zijn ondertussen al een heel eind. De aannemer die de
steenbouw doet is voorlopig even klaar. Alles is gemetseld en gevoegd, de ramen
zitten er in, de buitendeuren, plafonds, en nu zijn de timmermannen bezig met al
het houtwerk zoals de dakspanten. Ze hebben nu 5 enorme spanten klaarliggen die
ze de afgelopen paar weken in elkaar hebben gezet. Op de grond. De afmetingen
van zo’n spant zijn enorm. Volgens de timmermannen veel zwaarder dan nodig is,
maar ja, dat zijn allemaal wettelijke eisen waar een gebouw aan moet voldoen
tegenwoordig. Ons gebouw kan straks gemakkelijk een orkaan doorstaan denk ik!
Volgende week moeten de spanten met een kraan op hun plek gezet worden. Het zijn
loeizware dingen, die spanten, dat durven we met de hand - zoals bij de vorige
schuur - niet aan. Dat zal gelijk het moment worden van de vlag in top denk ik,
het hoogste punt is dan bereikt. Laurens de timmerman neemt dan spek mee van
eigen varken en dat moet dan gebakken en op roggebrood en dan met z’n allen een
borrel. Ja, ja, dat wordt nog wat!
Het gebouw neemt nu al z’n definitieve vorm aan en is de moeite van het
bekijken nu al waard. En dan moet het hoogste dak er zelfs nog op. Het wordt
werkelijk een flink gebouw en erg mooi. Er wordt regelmatig gevraagd of we er in
gaan wonen, dat wil al zeggen dat het gebouw het niveau van een gewone schuur
overstijgt! ‘t Zou nog kunnen ook trouwens, dat wonen, want alle voorzieningen
zijn er in feite omdat er ook een kantine in komt en een paar kamers voor
stagiaires. Als straks de houten bovenbouw er op zit zie je weer beter dat het
toch in principe om een schuur gaat, maar nu met al dat metselwerk lijkt het
inderdaad wel een huis. Op het moment zit ik te puzzelen op de kleur van de
verf, want het hout gaat gebeitst worden of/en in de kookverf gezet. Wordt ook
nog een hele klus, maar wel een leuke denk ik.
Kinken of kinkjes in de kabel zijn er ook altijd,
ondanks de zeer uitvoerige voorbereidingen. Nu blijkt dat de koelceldeur te smal
is. Staat wel goed op tekening, maar niet in de begroting/het bestek, nou ja,
hoe dan ook hij is te smal. Heel vervelend, maar beter nu aangepakt dan 20 jaar
ergernis.
We werken nog steeds toe naar een opleverdatum die rond
de kerst ligt. We zijn aardig op schema dacht ik. Zal ook wat van het weer
afhangen. Ondertussen kunnen we zelf nu ook wat gaan meewerken. De klussers zijn
nu bv. bezig om de achterwand in de kapschuur af te werken.
Financiën nieuwbouw
(Tineke)
Nog steeds is het mogelijk om een lening te verstrekken
aan de Oosterwaarde voor de nieuwbouw. Heeft u geld wat u voorlopig niet
gebruikt en wilt u het werkzaam laten zijn voor een ideëel doel in uw eigen
omgeving? Denk dan aan een lening aan de Oosterwaarde. U kunt het op ieder
moment weer terugvragen (max. opzegtermijn 3 mnd) en u kunt uw rentepercentage
kiezen tussen de 0 en 2,5 %. Of u kunt in plaats daarvan kiezen voor deelname
aan het jaarlijkse bouwetentje in de kas.
Nieuwe deelnemers die indertijd de bouwfolder nog niet
ontvangen hebben, hebben we laatst al aangeschreven om te informeren, overige
geïnteresseerden kunnen bellen of een mailtje sturen voor een evt.
aanmeldingformuliertje of verdere informatie. We hebben op deze manier in de
afgelopen paar jaar al een behoorlijk bedrag verzameld. Leningen en schenkingen
tezamen zo’n 240.000 euro. Nu de laatste loodjes nog! We hebben nog zo’n 50.000
euro nodig voor erfverharding, zonneboiler, waterrecycling, inrichtingskosten
kantine en afwerking van de stagiaireruimtes.
Kunt u iets doen? Graag! Schenken mag natuurlijk ook,
aan onze stichting Meerwaarde. Deze schenkingen zijn aftrekbaar van de
inkomstenbelasting.
Het rekeningnummer van de stichting is 212172301 t.n.v.
Stichting Meerwaarde te Zeist ovv Bouwschenking.
De cijfers voor 2009 tot nu toe :